Sean Kelly Classic

Naast de bekende Belgische tochten Luik Bastenaken Luik en Waalse Pijl zijn er tegenwoordig nog een aantal populaire toertochten / cyclo's in België. Een daarvan is de Sean Kelly (in 1986 begonnen als Ardense Pijl, Sean Kelly heeft in deze streek gewoond). Deze wordt georganiseerd door De VWB (Vlaamse Wielrijders Bond) en zou je dus in Vlaanderen verwachten maar gaat toch door de Ardennen. Het is een grote geworden: dit jaar waren er maar liefst 6500 deelnemers. Voornamelijk Belgen en Nederlanders, plus een enkele Duitser. Hij was dit jaar op zaterdag 1 augustus. Het leek mij leuk om naast klimtochten in Limburg en Tecklenburg ook weer eens in de Ardennen te rijden.
Na een oproep binnen de Berkelrijders is er uiteindelijk maar liefst nog een belangstellende, namelijk Arnoud. Maar dat is genoeg, dan hoef je niet alleen en ter plekke ben je helemaal niet eenzaam natuurlijk, dus wij vertrekken 's ochtends om kwart voor 7 met veel goede zin richting Vielsalm. Arnoud heeft nog niet in de Ardennen gereden dus voor hem wordt het een nieuwe ervaring.
De start is bij Baraque de Fraiture, aan de snelweg van Luik naar Bastenaken. Dat rijdt heel gemakkelijk aan. Omdat we besloten hebben de 130 km te gaan rijden (en niet 160), hebben we genoeg tijd om niet meteen als eerste aan het vertrek te hoeven staan. En dus was het ook goed te doen om op 1 dag op en neer te gaan: net zo makkelijk, hoef je geen overnachting te regelen. In 3 uur zijn we ter plekke, dus mooi op tijd. Gedurende de autorit is het nog betrokken, maar vanaf het moment dat wij uitstappen komt de zon er door. Heerlijk weer.
In de kantine van het skistadion is het goed druk: lange rijen voor het aanmelden. Blijkbaar schrijven zich maar weinig mensen van te voren in. Het zijn ook nog eens veel lange rijen maar het gaat heel snel, dus we zijn zo weer weg.
Op vrijdag had ik snel nog even mijn pignon gewisseld. Normaal rij ik met 34-25 als lichtste op mijn compact.  Dat gaat prima in Nederland. Maar ik ken mezelf: het verzet wat ik vroeger trapte in de Ardennen red ik bij lange niet meer. En we hebben dan wel niet voor de langste afstand gekozen, maar het gaat een heel eind worden. Een 29 zal geen overbodige luxe blijken. Arnoud daarentegen had juist zijn compact-34 vóór, voor een 39 omgewisseld omdat hij in Nederland die 34 niet nodig had. Die ging dus met 39-25 omhoog, da's toch heel wat anders. Maar gelukkig is hij nog jong en kan hij wel wat hebben.
 
In het begin ben je fris en het gaat geweldig. Wat gaaf. Fantastisch. Genieten van het mooie landschap en de pittige hellingen: omhoog maar ook naar beneden natuurlijk, heerlijke afdalingen. Het is onderweg gezellig druk met groepen, en helemaal niet te druk. Het wegdek is net als het ijs op de Weissensee: elke meter die je aflegt zonder het gezien te hebben kan je laatste zijn. Vol met gaten waar je prima kunt fietsen, als je maar oplet. Al snel komt Petit Halleux voorbij, en dan is Grand Halleux niet ver meer: ja, de Wanne. Die blijkt slechts categorie 2. We gaan van de bekende kant omhoog. Heerlijk gaat dat, ik heb niet eens de 29 nodig, en bovenop is de eerste stop. Hier is het ook mogelijk optioneel nog de Stockeu er bij te pakken (12 km extra). Maar voor de zekerheid laten we die maar liggen.
Vervolgens via een heel stel "cotes" naar Remouchamps. Bij elke "cote" hebben ze een bordje gezet met de naam. Voor het geval je niet in de gaten mocht hebben dat het weer omhoog gaat :. Maar handig natuurlijk voor wie de namen en volgorde uit zijn hoofd kent. Voor Remouchamps komen we onder het bekende hoge viaduct door en dan komt het uitzicht op de toren boven op de berg. Daar moet je straks naar toe (oef).  Maar eerst nog een stop. Hier is ook weer een rij, maar aan het eind kun je ook tanken dus wij hoeven niet te wachten. En dan weer aan de bak: Col de la Redoute. Daar gaat hij. Nog net zo steil als altijd. Categorie 1 dus inderdaad. Wat bén ik blij met mijn 29.
Hierna gaat de rommel niet meer helemaal uit de benen. De afbraak is begonnen. Bij 100 km. denk ik: "nou, 90 km. was misschien ook genoeg geweest". De fut is er uit. Door mijn geschikte verzet kan ik wel gewoon doorfietsen, maar hard gaat het niet meer. Op 1 cote ga ik zelfs even uithijgen onderweg. Dat wil wat zeggen. Ik ben gelukkig niet de enige en bovenaan staan grote groepen te kletsen. Er is nog een keer een optionele col, maar die beslissing is heel gemakkelijk geworden. Laat maar. Op het eind is het: rustig doorsukkelen, dan kan je niks gebeuren.
Van te voren had men de route al voor gps beschikbaar gesteld en dat is wel makkelijk: dan kun je afslagen al zien komen voor je bij de bordjes bent en telt je apparaat voor je af. Langs de nog af te leggen route, je hoeft niet te rekenen en het klopt altijd, hoe je ook gefietst hebt.
Uiteindelijk hebben we 131km gefietst. We zijn daarbij 2266 m omhoog gegaan (gemiddeld 17,3 m / km).
Ter vergelijking met wat ik van andere tochten eens heb gemeten: Op de Amstel Gold Race ging het toen over 155km 2150 m omhoog (13,9m/km), en in de Tecklenburg RundFahrt was het 1975 omhoog op 150km (12,7 m/km). Kortom: de Sean Kelly is nog 'wat' intensiever, het is echt een pittige tocht.
Bij de finish word je beloond met een aandenken. Er was keuze uit een handdoek, sokken of een zonnebril. Daar werd ik niet warm van, maar wel van het avontuur. Wat een schitterende dag.
Prachtig is dit, dat zouden we met meer mensen moeten doen, heel erg de moeite waard.

[Geert Ribbers]


Ogenblik a.u.b. ...