• Veiligheid

    Algemeen:

    Het fietsen in een groep heeft voordelen; het werkt disciplinerend, je gaat vaker fietsen ook op mindere dagen, het is gezelliger, en je fietst harder en traint meer. Aan de andere kant brengt het fietsen in groepen uitdagingen met zich mee.
    Om sportief en veilig te kunnen fietsen, gelden onderstaande afspraken die wij binnen de club hanteren:


    Rijden in een groep:

    Om de veiligheid te waarborgen, gelden onderstaande afspraken:

    • We rijden als groep, in rijen van twee fietsers naast elkaar, met een maximum van circa 12 rijders per groep. 
    • De clubritten inclusief routebestanden staan vermeld in de Cycl app. In onderling overleg kan worden afgeweken van de route bv in het geval van veranderde weersomstandigheden of wegwerkzaamheden.
    • Voor vertrek, inventariseren we gezamenlijk hoe de groepen zich vormen en of dit tot wenselijke groepsgroottes leidt. Er wordt niet vertrokken voordat duidelijk is wie er in welke groep meerijdt. Dit is een verantwoordelijkheid die we samen dragen voordat we vertrekken.
    • We houden ons aan de verkeersregels zoals die ter plaatse gelden, ook wat betreft het gebruik van de mobiele telefoon . Foto’s , appjes en bellen zijn leuk maar doe het tijdens een geplande stop en niet tijdens het fietsen
    • Op smalle paden, of in het geval de veiligheid dat vraagt, moet de groep ritsen en rijdt men dus achter elkaar.
    • In de bebouwde kommen rijden we ‘geneutraliseerd’ met een lagere snelheid.
    • De rijders op kop bepalen de rijrichting. Als een afslag wordt gemist, zorgen de rijders op kop voor een oplossing. Ga nooit direct remmen en wijk niet zomaar af van je lijn.
    • Tijdens het fietsen in een groep houden we onze handen bij de remmen, bovenop dan wel voor in de beugels.
    • Bij het inhalen van andere fietsers is het voor deze medeweggebruikers fijn om te weten wanneer de gehele groep gepasseerd is. Degene die aan de staart van de groep rijdt kan dit aangeven door te zeggen dat hij de laatste is.
    • Inhalen gebeurt altijd links – afzakken gaat altijd via de rechterkant. Evt. met een gebaar (met je linkerhand van achter naar voren wapperen als teken van ‘ga er maar langs’) aangeven dat je gaat afzakken en dat iemand de kop moet overnemen.
    • Voor iedere groepsrit benoemen we een zgn. ‘wegkapitein” , dit zijn ervaren fietsers waarvan de meesten de NTFU opleiding tot wegkapitein hebben afgerond. De wegkapitein maakt afspraken met de groep voor vertrek en legt ze die nogmaals uit onderweg wanneer dat gewenst is. Primair blijf je echter altijd verantwoordelijk voor je eigen gedrag en veiligheid.

    Niveauverschillen

    Een verschil in leeftijd, gewicht, conditie en talent dragen bij aan een verschil tussen de fietsers.
    TC de Berkelrijders lost dit als volgt op: 

    • We rijden in verschillende groepen; als handvat rijdt groep 1 gemiddeld ongeveer 25 km/uur, groep 2 ongeveer 28 km/uur en groep 3 rond 30 km/uur. De plus groep rijdt gemiddeld boven de 33 km/uur.
    • Op kop rijden - Er zijn altijd een paar sterke fietsers die graag kopwerk willen doen. Zo kunnen zij hun energie kwijt en kunnen anderen in de slipstream mee. Voel je niet schuldig. Neem die ‘bus’, ga in de groep rijden, durf het ‘achterwiel te pakken’ van je voorganger (kies iemand die je vertrouwt en stabiel fietst).
    • Als je nieuw bent, rij dan het liefst op de 2e of 3e rij; ga zeker niet achterin hangen. Na elke bocht rekt de groep namelijk wat uit elkaar en met name achterin moet je dan flink bijtrappen om de groep bij te houden. Achteraan de groep rijden vaak de ervarene leden of wegkapiteins, die de groep in de gaten houden.
    • “Samen uit….” - de groep blijft bij elkaar en past de snelheid aan zodat iedereen mee kan. We roepen ‘wachten’ of ‘rustig’ als iemand achterblijft. Blijf niet achterin hangen maar accepteer hulp van een sterkere fietser die je komt ‘ophalen’ en ga mee in z’n slipstream.
    • Trainen - Zeker als je nieuw bent kan er een niveauverschil zijn tussen jou en andere fietsers. Neem een paar weken tot maanden om aan te sterken; ga zo vaak mogelijk trainen; fiets midden in de groep en doe geen kopwerk. Sluit je niet aan bij een groep die je wel ambieert maar misschien (nog) iets te snel voor je is .
    • Voor nieuwe leden kunnen we enkele oefenavonden houden aan het begin van het fietsseizoen als daar belangstelling voor is. 

    Waarschuwingssignalen

    Stelregel is dat gebaren de voorkeur hebben, maar de situatie kan zodanig zijn dat er ook geroepen moet worden. Gebruik hierbij het gezond verstand. Hieronder een opsomming van gebaren, daarna volgen de kreten. De informatie MOET worden doorgegeven .

    Gebaren:

    • Stop! Hand recht omhoog met open hand of gebalde vuist.
    • Binnen! Rechterhand achterwaarts houden, evt. met hand wapperen voor effect.
    • Tegen! Linkerhand achterwaarts houden, evt. met hand wapperen voor effect.
    • Slecht wegdek! Met linker of rechterhand naar beneden wijzen, voor bv gaten, hobbels, grind, zand, enz.

    Kreten:

    • Lek! Als er iemand lekt rijdt, dan wordt er hard LEK geroepen. Als er niet goed gereageerd wordt dan fietst er iemand naar voren om iedereen te laten stoppen. Men dient ervoor te zorgen dat er altijd min. 2 mensen mee helpen met het verwisselen van de band.
    • Paaltje! Aankondigen van een hindernis in de weg. Op de weg kunnen aan alle kanten paaltjes staan: links, midden, rechts. Geef evt. met gebaren aan waar het paaltje staat.
    • Glas! Geef met een gebaar aan waar het glas ligt. Mochten we te laat zijn, knijp niet alsnog in de remmen en wijk ook niet plotseling af van je lijn. We kunnen beter een paar banden vervangen dan dat de hele groep onderuit gaat.
    • Grind! Aankondigen door koprijders dat de groep een weg met grind nadert of wanneer er grind in de bocht ligt. De snelheid wordt aangepast.
    • Tegen! Een tegenligger aankondigen links voor
    • Voor! Een tegenligger aankondigen rechts voor
    • Binnen! Gaan we fietsers en of lopers inhalen of een stilstaande auto moet gepasseerd worden, dan roepen we ‘binnen’ zodat we kunnen uitwijken. Bovendien kunnen de mensen die we inhalen ons dan horen. Een bel laten horen kan ook.
    • Ritsen! Als de weg smal wordt of er komt een smal fietspad.
    • Rustig!Als er achterin gaten vallen en het tempo voorin is te hoog. Natuurlijk kan dit gedeeltelijk voorkomen worden als de voorrijders af en toe achterom kijken.
    • Stop! Als er echt gestopt moet worden, bv bij een verkeerslicht of bij het naderen van een drukke weg en natuurlijk bij een pechgeval.
    • Vrij! Als er een weg wordt overgestoken en er geen kruisend verkeer is.
    • Achter! De laatste rijders roepen naar voren dat de groep zal worden ingehaald door een andere weggebruiker. Het is belangrijk dat de informatie snel naar voren wordt doorgegeven.
    • (Einde) fietspad! Aankondigen dat van de weg een fietspad oprijden of juist wanneer het fietspad ophoudt en we de weg oprijden.
    • Compleet! Informatie doorgegeven vanaf de laatste rijders naar de koprijders dat de groep weer compleet is.